|
Brugge, wat mij betreft één van de meest bijzondere steden in Europa. Ooit had het in de Middeleeuwen een positie vergelijkbaar
met steden als New York en Londen. Interessante vraag is het hoe het toch mogelijk is dat zo'n belangrijke stad wegzakt tot
een min of meer ingeslapen provinciestadje, waar alleen de grote drommen toeristen de inwoners misschien uit de slaap houden.



Na het einde van de bloeiperiode in de Middeleeuwen is de binnenstad niet meer ingrijpend veranderd. Er was toch
geen geld en noodzaak meer voor verbetering en uitbreiding. Niet zo erg, want daarom kunnen wij er nu nog van genieten.



Een goede plek om al de pracht en praal uit de Middeleeuwen te zien in de St. Salvatorkerk. Deze staat vol met kunstwerken,
schilderijen, tapijten en beelden.



Een andere manier om snel een indruk te krijgen van de stad is om een rondvaart over de grachten te doen. De grachten,
die daar "reien" worden genoemd. Is misschien Vlaams, maar ik kende het woord niet, behalve dan uit klassieke toneelstukken,
maar dat zal hier wel niet worden bedoeld. De grachten waar nu de rondvaartboten rondtuffen, waren vroeger de belangrijkste
handels en transportwegen. Ik vind het altijd moeilijk om te beseffen dat dezelfde kleine scheepjes die hier vroeger
door de grachten voeren ook de zee opgingen, zelfs tot Noorwegen en het Middellandse zeegebied aan toe.



Een van de meest bekende gebouwen van Brugge is het Belfort. Dat is een grote overdekte markthal met een hoge toren erop.
In de Middeleeuwen werd de welvaart en de status van een stad weergegeven door het aantal torens. Een beetje zoals men dat
nu doet met de hoeveelheid en de hoogte van de wolkenkrabbers. Brugge kon met deze hoge toren in ieder geval goed meekomen.
In de toren bevindt zich ook nog een prachtig oud uurwerk. Voor een paar euro kun je er naarbinnen en de driehonderdzoveel
treden beklimmen. De toren is 88 meter hoog.
| torentrap Belfort |

|
| uurwerk Belfort |

|
| standbeeld Jan Breydel |

|
Op de markt voor het Belfort staat het standbeeld van de beenhouwer (slager?) Jan Breydel en de wever Pieter de
Conick. Beiden zijn de meest beroemde Vlaamse rebellenleiders uit de geschiedenis. Hun optreden leidde tot het verslaan van
de Fransen bij Kortrijk in de Guldensporenslag van 1302. Deze strijd was eigenlijk het eerste conflict in Europa tussen de
adel en de burgers van de steden. De slag markeerde het begin van het einde van de dominante positie van de adel in West-Europa.
| terugreis |

|
|